2.12.2014

'Solidariteit organiseren past bij christelijk gedachtegoed'


'Christelijke politiek', het lijkt een term uit lang vervlogen tijden of erger nog een term voor extreem-rechtse kwezelarijen. Maar eigenlijk is dat jammer want de christelijke waarden staan helemaal haaks op kwezelarijen en al helemaal op neoliberale onrechtvaardigheid. Maar dat is een kwestie van interpretatie. Sommige christelijke intellectuelen en basiswerkers weten hun engagement in sociale bewegingen en in de dagdagelijkse strijd voor solidariteit en sociale rechtvaardigheid geïnspireerd door hun christelijk geloof. Tjitske Siderius, parlementslid voor de Nederlandse SP, schreef een lezenswaardige tekst over dit thema. Het is een beetje 'Hollands' maar desalniettemin inspirerend voor ons Belgen.
Wil christelijke politiek toekomst hebben, moet ze af van het idee dat zij haar bestaansrecht slechts ontleent aan haar strijd tegen liberaal-seculiere waarden. Christelijke politiek heeft onze samenleving zoveel meer te bieden, van het organiseren van solidariteit tot zorg voor onze aarde en christenen hebben een zoveel bredere boodschap aan de wereld dan het hameren op thema's als abortus, euthanasie, zondagsrust, prostitutie en porno.

Christelijke partijpolitiek maakt een moeilijke tijd door. De afgelopen twee verkiezingen verloor zij meer dan de helft van haar achterban. Ergens vind ik dat spijtig, want het CDA, de CU en de SGP en haar voorgangers hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan ons land. De christelijke partijen in Nederland stonden aan de wieg van veel van onze sociale voorzieningen. Zij brachten politici voort die onze verzorgingsstaat opbouwden: om oneerlijkheid en ongelijkheid in de maatschappij aan te pakken. Zodat ouderen niet in de armoede hoefden te leven en mensen met een beperking passend werk kregen en mee konden doen. Door in te zetten op gelijke kansen organiseerden we een wereld waarin onze kinderen en kleinkinderen het beter kregen dan wijzelf. Christelijke organisaties werkten en werken vaak nog steeds - samen met hun seculiere partners - aan betaalbare huisvesting voor iedereen, aan kwalitatief goed onderwijs, aan toegankelijke en menswaardige zorg.

Waarom christelijke partijen, het CDA voorop, het electoraal lastig hebben, is een vraag waarop zij zelf een antwoord moeten vinden. Ik stel wel een belangrijke verandering in hun opstelling vast. Christelijke partijen zijn de afgelopen decennia de overheid vooral als probleem gaan zien, in plaats van een middel om tot oplossingen te komen. Een partij als het CDA heeft de afgelopen dertig jaar vooral tijd besteed aan het structureel afbreken van alles dat haar voorgangers hebben opgebouwd. Deze week riep haar fractievoorzitter opnieuw op tot een kleinere overheid. Alsof de omvang van de overheid de maatstaf is voor een succesvolle en menswaardige maatschappij. De trend om de nadruk te leggen op het maatschappelijke middenveld is niet veel meer dan maatschappelijke problemen over de schutting gooien: anderen lossen het maar op. En ondertussen zien we woningbouwcorporaties die zich met totaal andere dingen bezig houden dan het verhuren van woningen, megascholen die meer geïnteresseerd zijn in hun omzet dan in onderwijs en ziekenhuizen die failliet gaan.

De rol van de overheid is mijn inziens een hele andere: als schild voor de zwakkeren, bestrijder van onrecht en bewaker van solidariteit. Gelijkenissen uit het Nieuwe Testament als de Barmhartige Samaritaan en de Verloren Zoon geven christenen de opdracht om de sociale cohesie te vergroten en tweedeling en uitsluiting te voorkomen. De overheid moet gelijke kansen bieden, los van achtergrond, inkomen of opleidingsniveau. En natuurlijk: de overheid kan niet alles. Het maatschappelijke middenveld heeft een belangrijke rol, maar moet wel voldoen aan de regels die we publiek hebben geformuleerd. Ondertussen zijn we de rol van de overheid zo aan het verkleinen dat straks weer het recht van de sterkste of diegene met de dikste portemonnee geldt. Zo’n individualistische samenleving waarin iedereen op de ‘eigen verantwoordelijkheid’ wordt teruggeworpen moet bekritiseerd worden. Christelijke politiek is voor mij ook morele politiek. Ik stoor mij bijvoorbeeld aan de enorm hoge inkomens die in de top van de publieke sector voorkomen. Het is immoreel om jezelf dusdanig te verrijken met geld dat bestemd is voor de publieke zaak. Mensen daarop aanspreken is dan ook een belangrijke opgave.

Christenen en niet-christenen kunnen elkaar op deze thema`s goed vinden. We leven gelukkig niet meer in de 19e eeuw met zijn antithese, waarin de confessionele, Abraham Kuyper voorop, de scheidslijn tussen confessionele en seculiere partijen de belangrijkste vond in het politieke bestel. Na de Tweede Wereldoorlog hebben diverse dominees – onder andere Jan Buskes - hun uiterste best gedaan om deze scheidslijn te doorbreken en te komen tot een progressieve partij waarin religieuze afkomst een ondergeschikte rol speelde. Om maar bij mijn eigen partij te blijven: hierin bevinden zich veel mensen van verschillende afkomst: radicale socialisten, gematigde sociaal-democraten, christenen en moslims die elkaar vinden in onze drieslag van gelijkwaardigheid, menselijke waardigheid en solidariteit. Steeds meer mensen met een christelijke achtergrond komen, na een politieke zoektocht tot dezelfde conclusie: zij zoeken geen christelijke partij maar politieke standpunten die aansluiten bij het christelijke gedachtegoed.

Geen opmerkingen: